- Wat is hoofd-halskanker?  
- Hoe ontstaat kanker?
- Waardoor wordt hoofd-halskanker veroorzaakt?  
- Kan hoofd-halskanker worden genezen?  
- Symptomen van hoofd-halskanker  
- Verwijzing naar een specialist
- Diagnose van hoofd-halskanker  
- Stadium en graad van kanker  
- Behandeling van hoofd-halskanker  
- Follow-up na behandeling  
- Klinisch onderzoek

Bijwerkingen

Bijwerkingen komen meestal voor tegen het einde van de radiotherapiekuur en gedurende de eerste paar weken na de behandeling. Hoe hinderlijk de bijwerkingen zijn, hangt af van de hoeveelheid radiotherapie die u hebt gekregen.

Uw arts zal met u bespreken welke bijwerkingen u bij uw radiotherapie behandeling kunt verwachten en hij zal u medicijnen voorschrijven waar u baat bij kunt hebben.

Radiotherapie is vermoeiend, dus probeer zoveel mogelijk te rusten, vooral als u naar het behandelcentrum moet reizen. Het is mogelijk dat u enigszins misselijk bent, maar dat kan goed met geneesmiddelen tegen misselijkheid worden bestreden.

Pijnlijke huid

De huid op de behandelingplaats kan rood en pijnlijk worden, net als bij zonnebrand. Soms vervelt of barst de huid. Bij aanvang van de radiotherapie krijgt u advies hoe u de huid op de behandelplaats het beste kunt verzorgen, met daarbij ook crèmes of lotions die helpen tegen de pijn.

Haaruitval

Haaruitval komt alleen voor daar waar de radiotherapiestraal het lichaam binnendringt en verlaat. Het haar groeit een paar weken na het einde van de therapie weer aan, maar soms kan haaruitval op de aangetaste plaats blijvend zijn. Bijvoorbeeld, mannen die worden behandeld voor kanker van het strottenhoofd verliezen de baardgroei op de keel.

Oogirritatie

Hieronder vallen onder meer bindvliesontsteking en droge ogen waarvoor een behandeling beschikbaar is.

Keelpijn

Radiotherapie kan leiden tot een pijnlijke en ontstoken binnenkant van mond, keel of neus. In de keel bemoeilijkt dit het slikken. Uw arts kan pijnstillers en mondwater voorschrijven en u krijgt advies over voedingsmiddelen die gemakkelijk zijn door te slikken. Als uw keel te veel pijn doet om te eten of te drinken kunt u vloeibare voeding krijgen via een neussonde, een dun buisje dat door uw neus in uw maag wordt ingebracht.

Droge mond of keel

Als u radiotherapie krijgt in het bovenste gedeelte van de hals kan dit van invloed zijn op de speekselklieren zodat ze minder of helemaal geen speeksel produceren waardoor u een droge mond krijgt. De droogheid kan worden verlicht door middelen zoals KY-gel of olijfolie, kunstspeeksel, medicinale pastilles of sommige geneesmiddelen. Een diëtist kan u adviseren over vochtig voedsel dat makkelijk te eten is. Meestal herstellen de speekselklieren zich weer, maar bij sommige mensen is verminderd speeksel blijvend.

Uw keel kan ook droog aanvoelen, en het kan zijn alsof er kleverig slijm in uw keel zit. Beide kunnen na het einde van de behandeling voortduren, maar behoren uiteindelijk te verdwijnen.

Als u last heeft van een droge mond, dan moet u regelmatig naar de tandarts, omdat u met een droge mond meer kans loopt op tandbederf en tandvleesaandoeningen. Als er na radiotherapie in de mond een tand of kies moet worden getrokken, dan moet dit door een specialist in het ziekenhuis gebeuren, het mag niet bij uw eigen tandarts.

Stemverlies

Bij kanker van het strottenhoofd kan uw stem al schor zijn voordat u met de behandeling begint, en dit wordt waarschijnlijk nog erger (of u heeft helemaal geen stem meer) tijdens de radiotherapie. Uw stem wordt in de loop van de volgende weken en maanden geleidelijk aan beter en sterker. U kunt stemoefeningen krijgen bij een spraaktherapeut om het herstel te bespoedigen.

Verlies van eetlust, gevoel en reuk

Sommige mensen verlies hun eetlust tijdens en na radiotherapie. Uw arts of verpleegkundige kan voedzame, hoogcalorische dranken voorschrijven ter aanvulling of vervanging van uw maaltijden totdat uw eetlust terugkeert.

Tijdens de behandeling en gedurende een paar maanden erna kunnen uw reuk en smaak afnemen of veranderen. Uw smaak en reuk worden na de behandeling weer normaal, maar niet bij iedereen. Uw spraaktherapeut kan u nuttige technieken aanleren.